Myanmar

Woensdag  13 december 2017 10.000 kilometer 85 km 308 hm  
 

Gisteren ben ik de grens over gegaan met Myanmar. Het is alsof ik een een heel andere wereld terecht gekomen ben.

Myanmar is een wat armer land en komt ook wat armer over dan Vietnam of Laos ondanks dat ze in het lijstje wat ik eerder omschreven heb in het Thailand-verslag tussen deze 2 landen in staan. Wat het verkeer betreft lijkt het wel een beetje op deze landen. Ze rijden niet zonder te kijken zo maar de weg op, maar er zijn weer veel brommers op de weg en iedereen komt veel dichter langs me op dan wat ik in Thailand gewend was. Het is ook weer gezellig druk op de weg, met ook weer veel volk overal langs de weg.

Er zijn hier veel meer Bhoeddistische tempels en overal lopen in de ochtend monniken met een bedelnap. Naast al die boeddhistische tempels zijn er ook hindoe-tempels en moskeeën.
img3459
Het lijkt ook al of ik bijna in India ben. Er zijn in het verleden door de Engelsen hier veel Indiers naar toe gebracht. Heel veel mannen lopen met doeken om als een lange jurk. Veel mensen hebben een soort creme in hun gezicht gesmeerd. Dat ken ik ook uit India. Veel mensen spreken Engels. Er rijden rikshas. Het gekke is alleen dat men hier wel rechts rijdt, ondanks dat dit een Engelse kolonie was.

De nutsvoorzieningen zijn niet erg goed op niveau. In mijn hotel is nog -inpandig- een oude waterput met emmer. Ze hebben er wel een leiding in gehangen die op een pomp is aangesloten. Electriciteit is er alleen in de avonduren in Kawkareik.

Ik word wakker en zie overal palmbomen om me heen. Mijn eenvoudige hotelkamer heeft aan 3 zijden ramen en vanuit mijn bed kijk ik op de palmbomen die bij de buren staan.

Vlak na mijn verttek uit het hotel, stop ik bij een restaurant. Een vrouw is er buiten een soort combinatie van een dosa en een chapati aan het bakken. Ik bestel er één met ei. Daarnaast bestel ik een black tea. Net als in India komt iemand me zwarte koffie brengen. De man zegt ook dat het black coffee is, maar juist dat had ik niet besteld. Op de tafel naast me blijkt gewoon thee te staan en van de buren krijg ik een kopje thee. Uiteraard komt de ober me toch nog een kop thee met melk brengen. Die drink ik ook niet op en ik hoop niet dat ik de hele komende week in Myanmar nog dit rare probleem tegen kom. Ik blijf het raar vinden -net als in India- dat goed Engels sprekende mensen me geen thee zonder melk willen geven. En ze spreken heel duidelijk over geen koffie, zwarte thee en thee zonder melk. In India kreeg ik echter nooit zwarte thee maar altijd thee met melk of koffie en dan blijkt hier gewone thee in kannen op tafel te staan. Blijkbaar is die thee geen drankje voor vreemdelingen.

Na het ontbijt stop ik bij de markt en maak enkele foto's van de winkeltjes aldaar en een paar geparkeerde rikshas. Eenmaal op weg hobbel ik over het hobbelasfalt naar het westen. Het is prachtig weer. De zon schijnt en de lucht is mooi blauw. De weg lijkt op een oude 2-baans slingerweg met overal bomen langs de weg. Dat is veel leuker fietsen dan die nieuwe weg -hier naar toe- in Thailand met zijn brede asfaltstroken.

Na een paar uur fietsen zie op mijn gps dat ik een afslag gemist heb. Ik fiets terug en zie dat er bij de afslag geen borden staan. De eerste honderden meters is een slechte zandweg en dan begint er nieuw asfalt. Dat nieuwe asfalt is al lekker hobbelig. Al snel kom ik terecht in vele kilometers lange wegwerkzaamheden. Men is een fundering aan het maken door het rechtop zetten van een vervelende laag scherpe stenen. De tweede laag bestaat uit een laag gind. Over die eerste laag kan ik onmogelijk fietsen en over die tweede laag kan ik ook nauwelijks fietsen. Ik heb 9.990 kilometer gefietst op deze trip, maar ik vrees dat ik de 10.000 kilometer niet ga halen op deze weg. Mijn achterband is versleten en mijn voorband was 3 maanden geleden al versleten. 

img3484Af en toe kan ik een stukje naast de weg fietsen, soms is er even een stukje zandweg waar ik normaal kan fietsen, dan weer moet ik lange stukke lopen en een aantal keer fiets ik -met het risico dat mijn banden scheuren- over de stenen. Op de plaats waar ik 10.000 kilometer gefietst heb is een klein winkeltje net voor een brug. Om dit moment te vieren koop ik een flesje jus en een flesje cola. Beide drink ik op en ik eet wat nootjes die ik in Thailand gekocht heb.

Terwijl ik terug denk aan het mooie avontuur van de afgelopen 10.000 kilometer, komt er nog een andere gedachte bij me op. Ik heb de afgelopen dagen in mijn reisgids zitten lezen over de recente geschiedenis van Myanmar en ik heb natuurlijk ook de afgelopen maanden de berichtgeving over de vluchtelingenstromen in het westen van Myanmar gevolgd. Terwijl ik hier vakantie aan het vieren ben worden er misschien wel elders in dit land massamoorden gepleegd. Ik had hier beter niet naar toe kunnen gaan.

Ik heb altijd gedacht dat je van het Boeddhisme een beter en vooral vreedzamer mens zou worden. Maar volgens mijn reisgids zijn er hier een aantal fanatieke boeddhistische priesters die aanzetten tot etnische zuiveringen en massamoorden. Die verhalen uit mijn reisgids zijn natuurlijk al enkele jaren oud. Maar nog niet zo lang geleden -heb ik op het internet gelezen- heeft de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties dit land beschuldigd van het uitvoeren van etnische zuiveringen.

Jarenlang was Myanmar grotendeels van de buitenwereld afgesloten omdat er een militaire junta aan de macht was. Nu probeert de hele wereld weer contact te krijgen met dit land, omdat er goede democratische ontwikkelingen zijn. En dat lijkt me prima. Maar een regering die doet alsof er niets aan de hand is -ondanks opmerkingen van de Amerikaanse president toen hij hier op bezoek was en recentelijk van de Paus toen hij hier was- terwijl er op moslims wordt gejaagd zou meteen uitgesloten moeten worden door middel van sancties.

Op de brug staan mensen met een bedelnap langs de weg. Dit zie ik hier op veel plaatsen. Enkele keren was dit omdat men een tempel wilde bouwen en dat moet natuurlijk betaald worden. Waarvoor men hier een bijdrage vraagt is me niet duidelijk.

In het begin van de middag kom ik op een asfaltweg. Ik ben blij dat mijn banden nog heel zijn. Bij een eettentje bestel ik gebraden kip en kleefrijst er bij. Voor ik weer verder fiets wil ik afrekenen. Ik moet 2600 Kyats betalen. Ze zeggen dat ze geen geld terug hebben van 3000 Kyats. De eigenaresse geeft me een drankje van 400 Kyats mee. Dat drankje vind ik niet lekker en ik pak een cola uit de koelkast. Nu moet ik echter 200 Kyats bijbetalen, want de cola kost 600 Kyats. Dit is toch wel een leuk methode om de omzet te verhogen.

Al snel na mijn vertrek stop ik op een schaduwplekje om foto's te maken van de weg tussen de palmbomen. Ik drink ook maar meteen mijn cola op, want binnenkort zal de cola niet meer koud zijn en warme cola is niet lekker.

Halverwege de middag fiets ik Mawlamyine binnen. Ik stop diverse malen om foto's te maken. Ik maak foto's van de moskeeën langs de weg, paard en wagens, een vrachtauto zonder kap om het motorblok en als laatste stop ik aan de kust. Aan de kust maak ik een foto van mijn fiets, de zee en een lange brug. Ik fiets langs het water naar het zuiden. Bij de markt is het "OK hotel". Hier neem ik een kamer aan de zeezijde.

Voor het donker wordt wandel ik over de markt en een klein stukje door de stad. Er zijn veel leuke oude koloniale panden, waarvan ik foto's maak. Als ik een stukje langs de kust wandel, blijf ik steeds weer een stukje verder door lopen naar het volgende fraaie oude koloniale gebouw. Het is prachtig weer om foto's te maken en ik loop nog een stuk verder van de kust af. Ik loop naar de kathedraal. Het is geen mooi bouwwerk maar het heeft wel een aparte toren.
img3570
Op mijn stadsplattegrond zie ik dat ik niet ver meer van de tempels ben die hoger op een heuvelrug liggen. Zolang de zon niet onder is wandel ik verder in de hoop voor zonsondergang nog boven te zijn. Ik loop een nieuwe Hindoetempel voorbij en boven op de heuvel kom ik bij de Aung Theikdi Zedi. Hier staan 2 goudgele stoepas. Het avondlicht is prachtig op de stoepa die het meest naar het noorden staat. De andere stoepa staat in steigerwerk. Dat steigerwerk is gemaakt van bamboestokken en een kunstwerk op zich.

Verder naar het noorden moet ik een klein stukje afdalen en via trappen loop ik door het 100 jaar oude Seindon Mibaya Kyaung klooster naar een hooggelegen platform. Hier stap ik het Kyaikthanlan Paya temeplcomplex binnen. Ik moet mijn slippers uit doen. Op blote voeten loop ik verder. Dit is een schitterend complex met een grote gouden en -denk ik- een koperen klokvormige stoepa in het midden. Op het plein daar omheen staan allerlei randgebouwen, waaronder een aantal tempels met grote Bhoeddha's er in.

Het uitzicht over de stad en de zee is indrukwekkend en het ik vind het een gave plaats om rustig rond te wandelen terwijl ik mijn ogen uit kijk aan alle uitzichten en fraaie bouwwerken. Terwijl ik over de oostzijde loop, gaat de zon onder en ben ik net te laat aan de westzijde om de zon onder te zien gaan achter de heuvels van het grote eiland dat hier voor de kust ligt. Ik besluit hier morgenochtend -als ik wat meer tijd heb- nog een keer terug te komen.

Vanaf het complex is een lange trap naar de stad.  Terwijl het donker wordt wandel ik daar naar beneden. Ik ben de enige die hier naar beneden loopt. Onderaan de trap zijn een paar jongens aan het voetballen. Even later kom ik op een klein pleintje voor een klooster. Onder een boom staan 2 monikken die 2 agressieve honden aan de lijn hebben. Daarnaast loopt er nog een zwarte hond en nog een andere hond. Die andere hond loopt naar die zwarte hond. Daar ben ik blij mee want zolang ze met elkaar bezig zijn heb ik er geen last van, zo denk ik. Helaas loopt die andere hond snel voorbij de zwarte hond en komt achter me aan. Dat vind ik niet prettig en ik wijs met mijn vinger naar hem toe. Alle tamme honden hier begrijpen dit gebaar en houden daardoor afstand. Deze hond houdt heel even afstand en begint dan agressief te blaffen en komt een stuk op me af rennen.

Ik stop en schreeuw naar de hond, waardoor hij stopt en weg gaat. Plotseling zet nu de zwarte hond de aanval in naar me. Wild blaffend komt hij op me af. Ik zie zijn gemene tanden op me af komen, maar ik ben te laat om mijn rugzak -die over mijn schouder hangt- voor me te houden en te zorgen dat hij daarin gaat bijten. Ik zie geen andere uitweg dan met mijn vuist uit te halen naar de kop van de hond. Het gemene beest trek net op tijd zijn kop in om mijn vuist te ontwijken. Dan zet hij nog een aanval in en wederom zwaai ik met mijn vuist naar zijn kop. Ook deze klap weet hij te ontwijken door zich net op tijd terug te trekken. Gelukkig zijn de monikken meteen op gesprongen en één rent zwaaiend met een grote schop achter de hond aan. Het dier heeft waarschijnlijk al vaker klappen gehad van die grote schop en rent weg.

Ik wandel weer verder en kijk nog 2 keer achterom of één van de honden niet achter me aan komt. "Wat is het toch deze reis met al die agressieve honden?" vraag ik me af. "Of komt het gewoon dat er hier veel te veel honden zijn -ik passeer iedere dag honderden honden die langs de weg lopen- en dan zijn er altijd wel een paar valse honden tussen." Wat ik overigens ook niet begrijp is waarom vredige monikken agressieve honden hebben en die dan op straat uit laten. 

Ik loop de weg helemaal rechtuit tot aan de kust, opdat ik morgen weet waar ik naar boven moet lopen om bij de trappen uit te komen. Aan zee wandel ik terug naar het noorden. Bij mijn hotel bestel ik 3 maaltijden en eet er daarvan 2,5 op.

Terug op mijn hotelkamer vind ik het warm. De airconditioner blaast wel de lucht rond maar er komt geen koude lucht uit. Dat is erg jammer, want buiten is het heerlijk fris. Ik klaag erover bij de receptie. Nu komen er 3 mannen die van alles proberen maar het wordt niet beter. Ik krijg een nieuwe kamer. Dat is geen verbetering. Weer zijn de 3 mannen een half uur lang bezig met de aircondioner, maar met hetzelfde resultaat. Ik zet mijn deur een tijdje open om wat frisse lucht te krijgen. Helaas lig ik nog uren wakken, mede omdat -denk ik- ik een steenpuist heb gekregen. Dat kleine ding geeft een vervelende zeurende pijn.

Maandag  18 december 2017 blote voeten hotel 89 km 134 hm   

De laatste dagen heb ik korte afstanden gefietst. Deels omdat ik dit al zo gepland had en deels omdat ik helemaal scheef op mijn zadel moet zitten om te kunnen fietsen met mijn steenpuist. Ik ben met een boogje om de Gulf of Martaban (Andamanse Zee) aan het fietsen. Eerst een paar dagen naar het noorden, gisteren naar het westen tot Bago en vandaag -en misschien morgen- naar het zuiden naar Yangon. Yangon -de hoofdstad van Myanmar- is het eindpunt van het fietsen van mijn Azië-trip.

img3742Vanaf mijn hotel -dat aan een laan iets van de weg af staat- loop ik naar de weg. Langs de weg zijn een paar restaurants en ook wat straatverkopers. Terwijl ik er langs loop kijk ik of ik ergens iets kan kopen voor mijn ontbijt. Ik wandel naar het oosten waar de ruim 100 meter hoge stupa staat van de Swemawdaw Paya. Vlak voor de tempel zie ik iemand met samosas, omdat ik niets beters zie neem ik me voor om na een bezoek aan de tempel wat samosas te kopen. Het tempelcomplex begint met een lange overdekte gang en trap. Bij het begin laat ik mijn slippers achter, want verder mag je alleen op blote voeten. Midden in het complex staat de hoge goude stoepa. Aan de rand van het complex staan diverse gebouwen en natuurlijk zijn er enkele kleine tempels met Boeddha's erin. Verder is er alle ruimte om de grote stupa te lopen.

Terug op straat is de verkoper met de samosas verdwenen. Tegenover mijn hotel is een restaurant, waar ik vraag of ze 2 eieren voor me kunnen bakken. Na mijn ontbijt verlaat ik -op mijn slippers- het hotel en fiets naar de andere zijde van de stad. Ik heb in de Swemawdaw Paya een kaartje moeten kopen voor de toegang. Dit kaartje geeft ook toegang tot andere plaatsen in Bago. Bago is lange tijd een hoofdstad geweest van 2 verschillende rijken en de het hele gebied staat vol met allerlei monumenten. Vlak bij mijn hotel is er ook nog een paleis wat ik kan bezoeken, maar dat is pas om 9.00 uur open en daar wil ik niet een uur voor wachten. Er zijn nog genoeg andere dingen te zien aan de andere zijde van de stad.

Mijn eerste stop is tegenover de Maha Kalyani Sima. Hier is een vijver met een fraai gebouw erin. Terwijl ik er een foto van maak zie ik dat iets verderop een Boeddha staat, of eigenlijk zijn het 4 Boeddha's met de ruggen tegen elkaar. Voor ik naar de Boeddha's ga, loop ik eerst het complex van de Maha Kalyani Sima binnen. Hier worden gebouwen gerenoveerd en verder is er niet veel te zien. Bij de 4 met de ruggen tegen elkaar staande Boeddha's zie ik tussen de bomen door een mega grote liggende Boeddha.
De hele grote liggende Boeddha is een prachtig monument. Ik weet dat iets verderop naar het noorden een nog grotere liggende Boeddha is. Dat is de beroemde Swethalyaung Boeddha. Als ik bij deze 60 meter lange Boeddha kom zie ik dat deze is beschermd door er een complete hal over te bouwen. Hij is wel indrukwekkend groot, maar de de Boeddha die in de buitenlucht ligt vind ik toch mooier.

Iets verder naar het westen ligt de Mahazedi Paya. Dit is weer een gouden stoepa. Het onderste deel van de stoepa is wit geschilderd en hier mogen mannen omhoog klimmen via een aantal trappen. Zo halverwege de stupa heb ik een prachtig uitzicht over de stad. Ik loop een rondje. Halverwege wil een aantal mannen met me op de foto. Het is geen handige plek voor een fotosessie, want er staan geen dranghekken en op sommige plaatsen kun je zo naar beneden vallen. Maar het is wel een mooie plek om foto's te maken en ik doe deze mannen er een plezier mee. Aan de achterzijde kijk ik uit -van bovenaf- op een kleine schitterende tempel die is gemaakt van een roodbruine steen. Ik vind hem vooral fraai omdat de tempel niet helemaal versierd is met gouden ornamenten zoals de meeste gebouwen hier.

img3800Ik fiets langs nog een paar monumenten, maar alleen bij de Kyaik Pun Paya maak ik nog een tussenstop. Dit zijn 4 stuks 500 jaar oude Boeddha's die met de ruggen tegen elkaar aan staan gebouwd. Als ik de stad verder naar het zuiden uit fiets zie ik nog diverse stoepa's en klooosters. Ik stop er niet meer voor, want ik heb er genoeg gezien. Het is hier met de tempels net als in Europa met de kerken, in elk dorp en gehucht staat er wel één, maar slechts enkele zijn de moeite waard om te bezoeken.

Een uurtje fietsen ten zuiden van de stad is een resort langs de weg. Hier stop ik om lekker luxe te gaan lunchen. In een heerlijk open restaurant -waar de wind lekker doorheen waait terwijl ik in de schaduw zit- eet ik gebakken rijst met ananas en een bananasplit als nagerecht. Achter het restaurant -op het terrein van het resort- staat een vliegtuig en er ligt een fraai meer.

Ik heb me voorgenomen om ergens te gaan overnachten als ik na 40 kilometer fietsen een hotel tegen kom. Echter heb ik al op diverse kaarten gezien dat er halverwege de route van Bago naar Yangon geen hotels zijn. Het fietsen over de AH1 gaat snel over de vlakke route met glad asfalt. In de middag neem ik de afslag naar weg nummer 2. Deze weg is niet zo druk, maar ook veel smaller. Vrachtauto's komen gevaarlijk dicht langs me op bij het inhalen. Het gladde asfalt heeft hier ook weer plaats gemaakt voor hobbelasfalt dat af en toe stuiterasfalt is.

Op het einde van de middag fiets ik Yangon in. Met de navigatie van mijn gps fiets ik makkelijk door de stad. Ik ben verbaasd over de rust op de weg van deze miljoenenstad. Er zijn veel minder scooters dan vanochtend in Bago, waar ik in de stad helemaal gek werd van al de scooters. Pas helemaal in het midden van de oude stad is het druk. Vlak bij de Sule-pagode ga ik op zoek naar het hotel waar ik morgenavond een kamer gereserveerd heb.

Vanaf de rotonde om de Sule-pagode loop ik de Maha Bandoola road in. Ik moet tegen de rijrichting in en ga op de stoep lopen. De eerste 2 zijstraten die ik in kijk lijken op een echte derdewereld grimas. De derde straat is iets breder en ziet er iets beter uit. Daar is mijn hotel. Ik parkeer mijn fiets op de stoep en nog voor ik de trap op loop naar de receptie op de eerste verdieping zit er al een man aan de stuur van mijn fiets. Ik vraag of hij van mijn fiets af wil blijven. Ik ken dit uit India. Die mannen zijn zo nieuwsgierig dat ze alles willen voelen. Maar daar heb ik een hekel aan, want soms willen ze ook weten hoe sterk de onderdelen zijn en "kijken" ze even of ze iets kunnen afbreken. De man spreekt geen Engels, maar als ik hem lang en boos blijf aankijken begrijpt hij me en gaat iets verderop staan.

Terwijl ik bij de receptie vraag of ik al een nacht eerder in mijn besproken kamer kan, blijf ik naar beneden kijken naar mijn fiets. De man loopt even later langs mijn fiets en verdwijnt. Daar ben ik blij om, want Indiërs zijn soms zo nieuwsgierig dat ze moeilijk ergens van af kunnen blijven. Ik kan al eerder in mijn kamer en mag mijn fiets beneden stallen. Boven aan de trap moet ik wel mijn schoenen uit doen, want in het hotel mag je alleen op blote voeten lopen. Het hotel ziet er super schoon en netjes uit. Mijn kamer bestaat uit het bed en een meter ruimte om naar achteren naar de badkamer te lopen. Het is precies groot genoeg en ik verbaas me over de luxe in zo'n grote stad voor maar € 16,-- per nacht.

In de avond vraag ik bij de receptie waar ik het beste kan eten. Bij de Indiërs op straat, is het antwoord. Als ik buiten kom is de halve straat in beslag genomen door kleine tafeltjes. Ik eet al genoeg streetfood onderweg, dus ik wil nu iets luxer eten. Aan de overzijde van de Maha Bandoola road is een restaurant met een menukaart met ook westers eten. Voor het eerst na het maanden lang eten van gebakken rijst, hebben ze hier nasi goring met sate op de kaart staan. Die sate mis ik al heel erg lang. Die bestel ik dus. De nasi is wat scherper dan ik gewend ben, ook de satesaus is anders dan ik gewend ben maar ja ik ben nu aanmaal in een vreemd land. Ik neem er ook nog friet met mayo bij en een bananensmoothie. Om de friet op te eten krijg ik er stokjes bij, maar die friet ik eet met mijn vingers.

Na het eten loop ik een klein stukje verder de stad in. Achter de Sule-pagode is het stadhuis en een lelijke kerk met kerstveIMG3814rlichting erop. Ook zie ik nog enkele andere koloniale gebouwen.

Na 10.387 kilometer is er een einde gekomen aan het eerste deel van mijn wereldreis. Morgen ga ik mijn fiets inpakken en overmorgen vlieg ik naar Bangkok. Een dag later vlieg ik via Moskou naar Amsterdam.

Alle 8 de nachten in Myanmar heb ik in een hotel overnacht. Ik heb € 28,75 per dag uitgegeven. De hotels waren gemiddeld € 14,18 per nacht. Apart van deze kosten heb ik € 62,-- betaald voor mijn visum en voor de taxi naar het vliegveld en het inpakken in een doos van mijn fiets heb ik € 28,-- betaald. Overmorgen vlieg ik naar Bangkok en voor dat ticket heb ik € 75,-- betaald en daarvan weet ik nog niet wat ik moet bijbetalen voor het meenemen van de fiets.

Alle kosten heb ik steeds bij de reisverslagen vermeld, behalve de kosten van de heen en terugreis. De heenreis was een reis op zich van 5 nachten in hotels en 5 nachten in de trein. Op die reis heb ik € 808,-- uitgegeven aan de treinreis -prijs voor 2 personen ivm meenemen fiets-, € 110,-- voor het visum en € 476,--aan hotels en overige kosten. Van die € 476,-- is € 175,-- uitgegeven aan 5 hotelovernachtingen en ongeveer 25% aan taxi, metro, fietsdoos Schiphol en toegangskaarten musea.

Voor de vliegreis naar Moskou en terug van Bangkok via Moskou naar Amsterdam heb ik € 729,-- betaald bij de Treinreiswinkel. Waarschijnlijk moet ik voor de fiets nog € 190,-- bijbetalen. Ook verblijf ik nog 1 nacht in Thailand in een hotel vlak bij het vliegveld. De kosten voor het hotel en eten op die dag zal ongeveer € 45,-- bedragen.

Heel opvallend is dat ik in alle landen tijdens het fietsen -dus niet de dure treinreizen door Rusland en naar Noord Korea- ongeveer € 16,-- per nacht heb uitgegeven voor hotels. Hierop is één uitzondering en dat was het eerste deel door het noorden van China. Daar heb ik het dubbele uitgegeven voor de hotelovernachtingen. Een tweede opmerking hierover is dat je zou verwachten dat Mongolië veel goedkoper zou zijn omdat ik hier de hotelkamers en gertenten heb gedeeld met Vincent en David.

Voor eten en drinken heb ik overal ongeveer € 14,50 per dag uitgegeven. Dus ook hier weer heel opvallend weinig verschil tussen de verschillende gebieden. Je zou verwachten dat in de rijkere landen China en Thailand dat het duurder zou zijn. China -zowel het noorden als het zuiden- was zelfs € 3,-- goedkoper per dag. De prijzen waren hetzelfde maar door het koudere weer heb ik minder frisdrank gekocht.

De totale kosten voor de reis van 5 maanden zijn ongeveer € 10.572,--. Bijna de helft -45%- van deze kosten zijn uitgegeven in de 20 dagen van de heen- en terugreis en de Noord Korea trip. Dit totaal bedrag is ongeveer € 1,-- per kilometer. Ik verwacht dat dat op het volgende reisdeel wel lager zal uitvallen omdat daar niet van die dure neventrips in zitten.

Ik heb niet de aanschaf van mijn nieuwe fiets meegerekend. De kosten voor mijn oude fiets waren € 0,05 per kilometer. Mijn nieuwe fiets is duurder en ik denk niet dat ik daarmee veel meer kilometers ga fietsen want met mijn oude fiets heb ik ook al 113.000 kilometer gefietst. Ik schat in dat de nieuwe fiets € 0,08 per kilometer gaat kosten. Dus zou ik bij de kosten ook nog een bedrag van 10387x€ 0,08=€ 831,-- moeten optellen. Deze berekening zou ik dan op de rest van mijn uitrusting ook nog moeten maken, maar dat vind ik te ingewikkeld en doe ik dus niet.

Hoogtepunten Myanmar